Blijven kijken tot er ruimte ontstaat om te leren
Verhaal
Marja Eding over diagnostiek, nabijheid en leerpotentieel
Marja Eding werkt al ruim twintig jaar met kinderen en jongeren met een matige tot ernstige verstandelijke beperking. Als GZ-psycholoog en Infant Mental Health Specialist in de polikliniek van ’s Heeren Loo en daarnaast als promovendus en science practitioner bij Viveon. Twee werelden die voor haar geen tegenstelling vormen, maar elkaar nodig hebben.
Wat haar werk verbindt, is een diepgeworteld geloof: elk kind kan leren en zich ontwikkelen, áls wij de juiste manier vinden om te ondersteunen en passende leeractiviteiten aan te bieden.
“Dat geloof is er eigenlijk altijd geweest,” zegt ze. “Van huis uit kregen we mee dat je kijkt naar ieders mogelijkheden. Niet naar wat iemand niet kan, maar naar wat wél mogelijk is.”
Die manier van kijken is haar blijven vormen. In haar beroepskeuze, maar vooral in hoe zij diagnostiek en behandeling benadert. Niet als vaststaand oordeel, maar als een zoektocht naar de condities waaronder leren weer op gang kan komen.
Een moment dat alles scherp stelde
Bijna tien jaar geleden werd dat geloof plotseling heel concreet. Marja nam een standaard intelligentietest af bij een jongen met een vermoedelijk matige verstandelijke beperking. De test liep volledig vast. Bodemscores, frustratie, weglopen, boos gedrag.
“Ik zag alleen maar een jongen bij wie het niet lukte,” vertelt ze. “Maar ik kreeg geen enkel zicht op hoe hij taken aanpakte. Ik weet nog dat ik dacht: wat ben ik eigenlijk aan het doen?”
Ze besloot het anders te doen. Ze pakte vergelijkbare taken uit de spelkast, bleef dicht bij hem zitten en bood ondersteuning zodra hij vastliep. Opnieuw uitleggen, voordoen, samen afronden. Met bevestiging en plezier.
Wat er toen gebeurde, maakte iets zichtbaar dat in de test verborgen bleef. De jongen werkte geconcentreerd door, kreeg plezier in het samen werken en liet zien dat hij met ondersteuning veel meer aankon dan eerder gedacht.
“Hij had hulp nodig om zijn aandacht vast te houden. Als hij het overzicht verloor, haakte hij af. Maar met de juiste ondersteuning bleek hij wél te kunnen leren.”
Die inzichten deelde ze met ouders en leerkracht. Zij namen de werkwijze over. Het leren kwam weer op gang en het perspectief verschoof. Waar eerst werd gedacht aan stoppen met onderwijs, ontstond ruimte voor ontwikkeling. “Vanaf dat moment wist ik: dit is waar ik voor sta.”
Echt kijken, echt luisteren
Wat Marja persoonlijk raakt in haar werk, is wat er gebeurt als je investeert in echt kijken en luisteren. Naar het kind, maar ook naar ouders, begeleiders en leerkrachten.
“Als je de tijd neemt, laten mensen heel zuiver zien wat ze nodig hebben,” zegt ze. “En hoe mooi is het als je samen ontdekt hoe ontwikkeling weer mogelijk wordt.”
Ze benadrukt dat zij een tijdelijke voorbijganger is. Ouders en begeleiders blijven een leven lang betrokken. Daarom is samenwerking voor haar geen randvoorwaarde, maar de kern.
Ze vertelt over een jongen die volledig vastliep in angsten en niet meer naar buiten durfde. Met kleine stappen, vanuit relatie en in afstemming met ouders en andere professionals, kwam hij weer in beweging. Nu, bijna tien jaar later, ziet ze hem als volwassen man die zelf richting geeft aan zijn leven en een opleiding volgt om begeleider te worden.
“Dat soort verhalen neem je altijd mee.”
Of de tweeling met een ernstige verstandelijke beperking, waarbij gedrag en onrust dagelijks de boventoon voerden. Door samen te kijken naar de functie van gedrag, ontstond ruimte. Voor rust én voor leren. Korte momenten, voorspelbare structuur, iemand naast hen.
“Leren hoeft niet groots te zijn om betekenisvol te zijn,” zegt Marja. “Drie kleine werkjes zelfstandig kunnen doen, dat is enorme winst.”
Anders kijken om anders te kunnen doen
In haar werk vertrekt Marja niet vanuit probleemgedrag, maar vanuit de vraag wat eronder ligt. Anders kijken is voor haar de voorwaarde om ook anders te kunnen handelen. “Standaard, statische intelligentietests schieten bij deze kinderen vaak tekort,” legt ze uit. “Ze laten alleen zien wat een kind in een vaste situatie kan laten zien. Niet hoe een kind leert, of wat er mogelijk wordt met ondersteuning.”
Diagnostische beeldvorming is voor haar gericht op het vinden van de juiste condities waaronder leren weer mogelijk wordt. Soms vraagt dat denken en doen buiten de gebaande paden. Niet vrijblijvend, maar zorgvuldig en onderbouwd.
“En altijd samen,” benadrukt ze. “Met ouders, begeleiders, leerkrachten en andere disciplines. Dan ontstaat er beweging.”
Onderzoek dat begint in de praktijk
Die overtuiging vormt ook de basis van haar promotieonderzoek bij Viveon. Marja ontwikkelt samen met de praktijk een dynamische assessmentmethode om het leerpotentieel van kinderen met een matige tot ernstige verstandelijke beperking in kaart te brengen.
Een dynamisch assessment kijkt niet alleen naar wat een kind al kan, maar vooral naar hoe een kind leert en wat mogelijk wordt met hulp en ondersteuning: de zone van naaste ontwikkeling. Het instrument moet ouders, begeleiders en leerkrachten concrete handvatten bieden om passend leerondersteuning vorm te geven.
“In Nederland zijn er nog nauwelijks passende instrumenten voor deze doelgroep,” vertelt Marja. “Terwijl de behoefte in de praktijk groot is.”
Marja is geschoold in verschillende vormen van dynamisch assessment, waaronder methodieken van Tzuriel en Fundamental Tactile Learning. Die kennis neemt zij mee in haar onderzoek én in haar praktijk.
Professionals die een dynamisch assessment bij een cliënt overwegen, kunnen haar benaderen om samen te kijken wat passend is en wat zij daarin kan betekenen.
In het onderzoek werken professionals uit zorg en onderwijs intensief mee. Samen wordt het instrument ontwikkeld, onderzocht op betrouwbaarheid en validiteit en uiteindelijk geïmplementeerd in de praktijk.
Op dit moment zoeken we nog deelnemers voor het onderzoek. Professionals of organisaties die interesse hebben om mee te doen of meer informatie willen ontvangen, kunnen contact opnemen met Marja.
“Een mooi wetenschappelijk artikel dat niet gebruikt wordt, verdwijnt in een la,” zegt ze. “Dat zou zonde zijn. Onderzoek moet iets opleveren wat mensen echt helpt.”
Wat zichtbaar wordt als je de tijd neemt
Tijdens het onderzoek werd opnieuw duidelijk hoe bepalend context, materiaal en relatie zijn. Marja vertelt over een meisje met een ernstige verstandelijke beperking dat een opdracht steeds niet uitvoerde. Tot haar moeder uitlegde dat haar dochter een sterke afkeer had van zachte materialen. Met een hard balletje lukte de taak meteen.
“Dan besef je hoe afhankelijk leerpotentieel is van ogenschijnlijk kleine dingen,” zegt Marja. “Materiaal, omgeving, vertrouwen, voorspelbaarheid.”
Daarom wordt het instrument zo ontwikkeld dat het flexibel inzetbaar is en aansluit bij het individuele kind. Complex, maar noodzakelijk om recht te doen aan hoe deze kinderen leren.
Wat het haar zelf brengt
Als mens leert dit onderzoek haar vooral hoe belangrijk nabijheid en tijd zijn. Hoe blij ze wordt van samen puzzelen, stapjes zetten en die vieren.
“Het maakt me een rijker en blijer mens,” zegt ze. “Die momenten waarin je samen ziet: hier gebeurt iets.” Tegelijk vraagt onderzoek geduld. Twijfel verdragen. Leven met onzekerheid. Ze herinnert zich de woorden van haar eerste professor: ‘Verwarring is het begin van de wijsheid.’
“Daar vertrouw ik op,” zegt ze. “Dat uit die verwarring iets ontstaat dat echt verschil maakt.”
Blijven zoeken, omdat het ertoe doet
Wat haar energie geeft om te blijven zoeken en verbeteren, is uiteindelijk eenvoudig. Het geloof dat het mogelijk is. Dat je het samen doet. En dat ze in de praktijk ziet dat het werkt.
“Deze kinderen verdienen dat.”